Remsysteem

Alle Volga's beschikken over een éénkringsremsysteem (niet gescheiden) met voor en achter trommelremmen. Bij een test uit 1969 bleek dat de remweg van 60 km/u naar stilstand 16,9 meter bedroeg (een Citroen DS had daar toen 13,8 meter voor nodig, een Wartburg 17,2 meter). De hoofdremcilinder is gecombineerd met de hoofdcilinder voor de bediening van de koppeling (zeer bijzonder). Het geheel is geplaatst in een gietijzerenhuis. Controle van het remvloeistofpeil is alleen mogelijk na het los draaien van de afsluitdop. Om er voor de zorgen dat bij een defect in het koppelingscircuit de remmen blijven werken is er in de voorraadkamer een tussenschotje aangebracht.

Om de koppelingscilinder te kunnen ontluchten moet een druk van ongeveer 0,5 bar op de voorraadkamer worden gezet (hiervoor is in het deksel een speciaal ventiel aangebracht, de bandenpomp die standaard bij elke Volga werd geleverd word hiervoor gebruikt).

De Volga is voor uitgerust met duplexremmen. Er zijn dus bij elk wiel twee remcilinders aanwezig, voor elke remschoen één.

Achter is er per wiel één dubbele cilinder geïnstalleerd. Er is géén remdrukbegrenzer aanwezig.

 

De handrem is gekoppeld aan de transmissie. De handremtrommel kreeg een plekje achter de versnellingsbak. Via een handel onder het dashboard wordt de handrem bediend. Bij ingeschakelde handrem brandt er een rood lampje op het dashboard.